Over alle apen vrij.nl

Alle apen vrij.nl is een onderdeel van EDEV (Een Dier Een Vriend). EDEV is een non-profit organisatie voor de bescherming van de rechten van het dier. Door spraakmakende acties komt EDEV op voor de rechten van het individuele dier om vrij te leven van pijn, angst en opsluiting.

 
 
 

Contact

Postbus 93029
2509 AA  Den Haag
Tel: 070-38 33 699
Fax: 070-38 19255
info@alleapenvrij.nl

IBAN: NL08INGB0008000242

 


Toespraak Hans Bouma op Werelddierendag voor de poorten van het BPRC!

 

Hans Bouma is theoloog, schrijver, dichter en oud-predikant. Hans Bouma is een groot dierenliefhebber, hij was al sinds jaar en dag, en bij al vele dierenacties aanwezig.

 

Wij waren vereerd dat Hans Bouma in ons midden was op Werelddierendag 2013, voor de poorten van het BPRC! Hij hield een prachtige toespraak voor de apen in het apenmartelcentrum. Iedereen was stil en had regelmatig een moment van kippenvel en hier en daar werd er een traan weggeveegd!

 

Toespraak Hans Bouma:

 

CONSEQUENTE HUMANITEIT

 

Hans Bouma

 

Je zult er maar voor geboren zijn – voor een oneindig spannend en avontuurlijk bestaan in

de even herbergzame als uitdagende wereld van het oerwoud. Virtuoos slingeren aan takken

van imposante bomen, leven bij hoog en bij laag, bij laag en bij hoog. Leven spelenderwijs,

gezins- familiegewijs. Leven van licht naar donker, van donker naar licht en iedere dag, iedere

nacht, iedere dag is er één.

 

Ervoor geboren, je natuurlijke bestemming – het oerwoud. Maar nooit een stap gezet, een

sprong gewaagd, een spel gespeeld, nooit ingeslapen, nooit wakker geworden in wat toch

onmiskenbaar hun wereld is. Die 1500 apen daar, zonder enige toelichting, zonder vorm van

proces veroordeeld tot een leven van experiment naar experiment. Wat je leven noemt. Eén

grote aanslag op wat hen zo kenmerkt en siert, op wat hun identiteit is. Dag in dag uit, nacht

in nacht uit sterven, sterven en toch maar leven. Dodelijker kan het niet.

 

Die 1500 apen, volkomen rechteloos zijn ze. Alsof ze geen eigen kwaliteit, geen eigen

innerlijke waarde hebben. Om er enkele te noemen: Joost, Iris, Julia, Thomas, Martin.

Prachtig zijn ze, van het grootste belang. Op hun manier geven ze gestalte aan het

bovenmenselijke mysterie dat leven heet. Een uiterst respectvolle bejegening komt ze toe.

 

Arme apen. Al het goede dat mensen elkáár toewensen, is voor hen niet van toepassing.

Er kan van alles met ze gebeuren en er gebeurt dan ook van alles met ze. Een cultuur die

dit toelaat, moet zich ernstig zorgen maken over zichzelf. Een cultuur die de mens een

monopoliepositie geeft. Alleen hij kan rechten laten gelden. Ook een cultuur waarin ánderen,

andersoortigen, volstrekt onschuldige buitenstaanders, mogen opdraaien voor typisch

menselijke problemen. Zoiets noem je toch een schandaal. Dat kunnen we toch niet maken,

zeker nu de allerzwaksten in het geding zijn. Er zijn grenzen.

 

Dierproeven zouden beneden onze waardigheid moeten zijn. Als mensen zouden we er een

eer in moeten stellen zelf onze problemen op te lossen, zonder er dieren bij te betrekken.

Dieren die op hún beurt óns niet belasten met hún zorgen en problemen. Als we hier nu eens

een culturele prestigezaak van maakten. Ik ben er zeker van dat er aan alternatieven oneindig

veel meer mogelijk is dan er nu mogelijk schijnt te zijn. We zijn er intelligent, vindingrijk en

creatief genoeg voor om het zonder dierproeven te redden. Als we maar wíllen.

 

Het lijden van dieren, en ik denk nu heel sterk aan Joost, Iris, Julia, Thomas en Martin, heeft

een uitzonderlijk karakter. Kenmerkend voor een dier is onder meer dat het samenvalt met z’n

lichaam. Dat is de grandeur maar ook de kwetsbaarheid, de weerloosheid van een dier. Wie

dat lichaam iets doet, doet het dier zelf iets. Een dier kan geen afstand nemen van z’n lichaam.

Alles komt meteen zo hard aan. Een dier kan duizendmaal sterven. Het magnifieke van een

dier: dat het opgaat in z’n lijf, wordt in het laboratorium (en niet minder in de bio-industrie)

z’n onbeschrijflijk trieste ondergang. Het lijden van dieren heeft een diepte, een dimensie die

ons mensen onbekend is.

 

Wat het toch al zo intense lijden van dieren nog verhevigt is dat ze er geen zin aan kunnen

geven. Leg het al die apen, leg het Joost, Iris, Julia, Thomas en Martin maar eens uit waar het

allemaal goed voor is. Wat er met hen gebeurt, ze ervaren het als absurd. Ze weten er geen

raad mee, innerlijk hebben ze er geen antwoord op. Er valt niet mee te leven, het is om gek

van te worden. Niets dat hen troost, een perspectief geeft. Geen enkel gevoel van eigenwaarde

hebben ze meer. Hun biografie bestaat slechts uit één woord: een eindeloos herhaald Waarom.

 

Met het peilloze lijden van die 1500 apen staat onze humaniteit op het spel. Zoals dieren

bij die experimenten geen dier blijven, zo blijven mensen er geen mens bij. Door dieren te

vernederen, vernederen wij onszelf. Ja, als mens kun je diep, zeer diep zakken.

 

Ondertussen waren wij op de weg van het mededogen, het respect al zo’n eind gevorderd. In

de loop van de geschiedenis hebben we beslissende, heel positieve stappen gezet. Stappen

waarop we trots mogen zijn. Het komt er op neer dat we onze verantwoordelijkheid steeds

ruimer zijn gaan definiëren. Er is een tijd geweest dat onze morele horizon niet verder reikte

dan onze eigen familie, onze naaste verwanten. Maar daar bleef het niet bij. In een latere fase

kwamen de leden van de eigen stam in beeld en weer later werden mededogen en respect

hoge waarden voor heel het volk, heel de natie.

Prachtig, zo’n ontwikkeling van steeds royalere medemenselijkheid. Inmiddels reikt onze

verantwoordelijkheid tot ver over onze eigen grenzen, ze heeft een duidelijk internationaal

karakter gekregen. We zijn gaan beseffen dat we als mensen een wereldwijde gemeenschap

vormen. Fraaie uitingen van ons toegenomen ethisch besef: Amnesty International, Artsen

zonder Grenzen.

 

Maar we zijn er nog niet. Tot nog toe gaat het steeds om mensen, medemensen,

vertegenwoordigers van dezelfde soort. Maar de dieren zijn er ook nog. Zeker, ze behoren niet

tot onze soort, maar dat is geen reden ze moreel over te slaan. Niet minder dan wij, mensen,

zijn ook zij (om met Albert Schweitzer te spreken) ‘leven dat leven wil’.

We zijn nu toe aan de volgende stap op de ingeslagen weg van mededogen en respect.

De stap naar het nog steeds buitengesloten, moreel genegeerde dier. De stap ván de

medemenselijkheid náár de medeschepselijkheid. Het is nu echt tijd de humaniteit zó

omvattend te definiëren dat ook dieren binnen onze gezichtskring komen.

Doen we dat niet, houden we nu ineens de pas in alsof het eind al bereikt is, dan zijn we

inconsequent. Een vreemde vorm van discriminatie. Of ook van (de term is van de filosoof

Peter Singer) speciësisme. Ethiek, waarden en normen alleen binnen de eigen speciës, de

eigen soort: de volstrekt superieure soort mens. Wat van een andere soort is, het dier, telt niet

mee, het heeft geen eigen kwaliteit, geen eigen geheim, het is inferieur. Je kunt in dit verband

ook spreken over de afgebroken en daardoor niet meer integere en geloofwaardige humaniteit.

 

‘Jij, altijd met je dieren’, krijg ik vaak te horen, ‘altijd kies je partij voor ze.’ Maar mét dat ik

partij kies voor het dier, kies ik ook partij voor de mens. Maar dan voor de werkelijk humane

mens. De mens die het dier gewoon dier laat zijn. De mens die behalve de medemens ook het

medeschepsel respecteert en recht doet.

 

De volgende stap. Wíj hebben die stap al gedaan en we vinden dat de gewoonste zaak van de

wereld. Simpel een kwestie van consequente humaniteit. Ben je mens, wees dan ook goed en

maximaal mens. Met die volgende stap lopen we mee in een wereldwijde spirituele revolutie.

Een revolutie waarop de zegen rust van Franciscus van Assisi die ieder dier waardeert als een

respectabele manifestatie van de Schepper. Ook de zegen van Albert Schweitzer, die tweede

Franciscus van Assisi, die ethiek omschrijft als ‘onbegrensd geworden verantwoordelijkheid

voor alles wat leeft’. Albert Schweitzer, de profeet van het ethisch principe ‘eerbied voor het

leven'.

 

Joost, Iris, Julia, Thomas, Martin. Ik zie ze maar vóór me. Hun ogen. Ik weet niet wat ik moet

zeggen. Ik kan alleen maar protesteren. Die ogen – wat ik er óók in lees: hoeveel ons verbindt,

verwantschap. Het gaat om familie van ons. Verre familie. Of ook nabije familie, het is maar

hoe je het bekijkt. Zij: leven van óns leven. Wij: leven van hún leven. Ook daarom, familiair

gezien, zijn dierproeven verwerpelijk. Zoiets doe je niet, hoe haal je het in je hoofd. Alsof je

geen hart hebt.

 

Joost, Iris, Julia, Thomas, Martin, en al die andere apen, ze kunnen op ons rekenen. Innig

verbonden met hen zullen we ons, zo menselijk als we zijn, inspannen voor hun bevrijding.

Hun rehabilitatie in een wereld die geen oerwoud is, maar niettemin, het moet toch mogelijk

zijn: een wereld die enigszins goed maakt wat zij nu zo smartelijk moeten missen. Een wereld

waar zij toch nog enigszins aap, dierwaardig aap kunnen zijn.

 

Ten slotte een gedicht van Maurits Mok. Over dierproeven wordt niet gesproken, maar kan

er indringender worden geprotesteerd tegen het experimenteren met dieren dan in deze 45

woorden:

 

In dierenogen valt hetzelfde licht

als in het oog van mensen.

 

Het levende schept adem uit één bron,

vangt vanaf de eerste kreet

tot aan de laatste huivering dezelfde zon.

 

Denkenden gaan met dieren

onder dezelfde hemel

dezelfde einder tegemoet,

door één verlangen voortgedreven:

leven.

 

Rijswijk, 4 oktober 2013, demonstratie van EDEV bij BPRC.